Spiegel

Binnen de Lichaamsgeoriënteerde Psychotherapie gaan we er vanuit dat alle emotionele en psychische processen hun uitdrukking vinden in het lichaam van de persoon. Het lichaam spiegelt als het ware de biografie van iemand in de vorm van lichaamshouding, spierspanningen, ademhalingspatronen, etc. Het kind doet er de eerste 3 tot 5 jaar over om zich zijn lichaam toe te eigenen, van zichzelf te maken. Bij een gezonde ontwikkeling ervaart het kind zijn lichaam tenslotte als van zichzelf, als een instrument om zich vrij in het contact met anderen en in de wereld te kunnen uitdrukken.
Bij een verstoorde ontwikkeling door bijvoorbeeld misbruik of verwaarlozing heeft het kind (en later de volwassene) het eigen lichaam niet volledig vrij tot beschikking. Als er bv veel angst is geweest, wordt de ademhaling geminimaliseerd en de energie naar het hoofd getrokken, waarmee een voortdurende hoge staat van alertheid op gevaar wordt gecreëerd. Of als er sprake is geweest van veel druk van buitenaf, veel ‘moeten’. Dan kan het lichaam sterk gepantserd of afwerend worden in een poging het ‘moeten’ buiten te houden. Het kind verliest in die situaties al vroeg het vermogen het lichaam te gebruiken om zich vrij in de wereld te bewegen.