Onzichtbaar

‘Er zijn’ of populair gezegd ‘jezelf zijn’ en ‘voor jezelf gaan staan’ klinkt allemaal zo gemakkelijk. Slachtoffers hebben soms jarenlang moeten overleven door de verwarrende ‘waardering’ om er juist niet te zijn. Of stil te zijn. Of buiten te gaan spelen, je terug te trekken op je kamertje of te vluchten in muziek, een boek of je fantasie. Dit alles binnen een onveilige sfeer. Vaak hebben ze dit kunnen doorstaan door ‘zelf te verdwijnen’. Het tegenovergestelde van assertief zijn dus. Om het leefbaar te houden.

Door ‘reddende gevoelens’ die de integriteit bewaken en bewaren uit te schakelen. Een overlevingsmechanisme. Gevoelens van lichamelijke pijn, gevoelens van angst, boosheid, verdriet, machteloosheid en wanhoop maar niet (meer) te voelen. Door niets meer te voelen.

Een sfeer van constant ‘niet pluis gevoel’. Het constante komt doordat ‘rust en stilte’ niet betekent dat er niets akeligs te gebeuren staat. Of juist een ‘uitgelaten en vrolijke’ sfeer betekent niet dat je kunt ontspannen. Want na het vijfde biertje weet je ‘dat je aan de beurt’ bent. Of je wordt helemaal vergeten en je gaat uit jezelf maar naar bed. De voortdurende dubbelheid zoals “op scherp staan en opletten” en tegelijk “ik ben er niet, let niet op mij” uit te stralen. Een huis is pas een thuis wanneer jij je er veilig, beschermd en geborgen hebt gevoeld.